Loading images...

Vulkanisch Wit

Cuore di Marchese, Etna Bianco DOC

Even ten noorden van de Etna ligt het dorpje Castiglione di Sicilia, er wordt wijn gemaakt zoals overal op dit eigenzinnige eiland. (Sceptici zoals ik maken zich altijd zorgen over rijke grond onder druiven, de vette klei van bijvoorbeeld Bouches-du-Rhône, waar de donkerblauwe rivier zich door de Camargue delta in de Middellandse zee stort, maken dat de rode wijnen ruiken naar een natte dweil en nodigen niet echt uit voor een tweede glas. Men koopt het doorgaans in 5 liter jerrycans, maar dit terzijde.)

De flanken van de nog altijd behoorlijk actieve Etna liggen bezaaid met de meest vruchtbare grond; ze bestaat uit lava (in verschillende leeftijden, as en zand. Daarnaast bezit de grond een bovengemiddeld aantal metalen sporen als koper, fosfor en magnesium. De witte wijn (er volgt van hetzelfde huis ook nog een rode) die ik vandaag in handen kreeg gedrukt voor een kritische blik en review verraste me aan alle kanten, ten eerste de afwijkende ‘gewichtige’ fles met een gewaxte kurkafsluiting à la vintage port. Na de wax te hebben weggesneden komt er een bescheiden kurkje, ik laat de fles even alleen en draai me om naar het fornuis. Als ik aan de eilanden Corse, Sardegna, Sicilia en Malta denk kan er bijna niets anders dan vis op tafel staan. Vandaag een spaghetti frutti di mare. Aan tafel! De strogele wijn is in de neus fris en licht, kruisbes komt het eerst in me op, de aanzet is citrus-achtig, combineert mooi met de nogal rijke spaghetti, in de afdronk wordt het iets complexer en galmen steeds grapefruit zuurtjes die jengelen om nog een hapje frutti di mare! De wijn blijkt lichtvoetig en nooit lomp ook al vanwege het een bescheiden alcoholgehalte van 12,5% Hoe kan een wijn van zulke rijke grond zo licht en zuiver blijven? Het zal liggen aan de noord expositie, ‘koude kant’ van de berg minder zon en de hoogte van de wijngaarden tussen 750 en 1100 meter boven zeeniveau. De druif krijgt met name in de nacht dan rust, en gemiddeld minder warmte.  De oogst is dan ook veel later dan de rest van het eiland.

De druif noemt men hier Carricante, enorme oogsten zijn mogelijk maar juist beknotten levert kwaliteit. Door malolactische gisting worden de heftige zuren wat teruggebracht. Op de hellingen van de Etna heerst op vele plekken een microklimaat, de beste van deze plekjes maken dan ook de beste wijn. Dit is er zo een. Ik had nog een glas voor de avond bewaard, na één snif en teug vroeg ik me direct af of de vissers al weer terug in de haven waren….Salute!